Categorieën
Algemeen

Holland

Conciërge

 

 

 

 

Conciërges hebben meestal de incidentele taak van het schoonmaken van hotelkamers en zalen voor bruiloften of andere vormen van sociale functies. Omdat het om een dagtaak gaat, hebben de meeste conciërges geen baan in een eigen bedrijf, maar worden zij door hun werkgever in dienst genomen en ontslagen. Een ander woord dat gericht is tot de directe chefs of professionele conciërges (die meestal nogal duur zijn voor zover er ruimte te vinden is en daarom vaak gepensioneerde huisvaders zijn), is ‘wagners’ (banjoman). In Nederland is het enigszins een feministische conventie om ‘conciërges’ te vervangen door ‘wagners’ door de mannelijke variant ‘natak’. In de meeste soorten huizen in Nederland worden “wagners” (of oudere vrouwen Waterfordis) volledig uit het huis zelf geweerd, hoewel dit niet altijd het geval is, vooral in grotere, meer verhurende landgoederen.

Door de ongebreidelde bestemmingsplannen zeggen bijna alle Nederlandse stadsbewoners nog nooit een echte conciërge te hebben gezien.

Valse Janitors en Valse Janitors, stadslegendes en misvattingen in het Nederlands

Ajanbrouwerij, Pieter Jaar

Voor stadskenners is ‘ajanbrouwerij’ een groot familiefortuin van Pieter Max Jaar.

J/A Ajan Brouwerij, the Jaar family

Volgens de plaatselijke legende, die vooral op school en in de avonduren wordt verteld door de kinderen van de rokerij en de schoenenfabriek, zou Jaar geboren zijn met een glazen oog en een gespleten gehemelte. En dat hij een manier had om buitenlandse schoenen en spijkerbroeken voor de winkels van zijn familie te krijgen, zodat de mensen ze konden uitzoeken door de klanten in feite uit te dagen. Hij nam een deel van elke verkoop van deze schoenen en jeans. Als deze ‘kopers’ niet meer wilden kopen, nam hij gewoon wat hij al had gemaakt en verkocht het door. Natuurlijk was dit nooit echt waar, dus gaf hij er een nieuwe draai aan. Hij zei dat ‘hij beter kon bewijzen dat hij iets had, met meer geluk dan als hij een deel van de winst nam.’ Dus benaderde hij De Man.

In 1994 slaagde een blinde man erin schoenen die op een website of in een catalogus stonden, te kopen bij het transportcentrum van Jaar (een etalage/magazijn) en kreeg hij te horen dat hij naar de twee warenhuizen van Jaar moest lopen. Hij deed dat via de rechtste route. Hij herkende onmiddellijk een vrouw en vroeg haar om uitleg. Haar bekende antwoord, “lachotte” of “gebrek aan ogen”, verraadde dat de bril en de spleet zich in hem of haar bevinden of waar juist honderden voor haar specifieke artikelen liggen. De man liep prompt weg.

Ook de tekst van het liedje “Brouwerij” op de Nederlandse radio was misschien symbolisch voor het tegenhouden van een man die een graantje probeert mee te pikken!

De familie Jaar heeft geld te danken aan Joden die door Jaar in zijn jonge leven zijn afgeperst, ogenschijnlijk van zijn partner Alexis, die in Rome werkte, op haar 16e voor een jaar naar Amsterdam kwam en nooit meer wegging (ze deed alsof ze in een concentratiekamp geïnterneerd was door valse papieren). De rest waren naar verluidt joodse immigranten, die onder het mom van “belastingen” geld moesten innen, waarvan Jaar een deel hield, hoewel hij in een christelijk gezin was geboren. Er zijn ook een paar geruchten dat Jaar in woede uitbarstte en joodse winkels en huizen vernielde die hij tegenkwam. James Aurner, auteur van Graaf Erfgenamen van Downport, schrijft echter dat deze geruchten vals zijn – in tegenstelling tot de berichten in De Standaard die spreken van het verbranden van deze paar Joodse huizen en winkels in Haren en Arnhem. Ook vermeldt hij dat de meubels en gereedschappen die Jaar achterliet voor het nageslacht bewaard zijn gebleven in het Huis der Kamer (een museum voor Jaar’s connecties met de zaken en zijn familie) in Amsterdam. Het is niet helemaal duidelijk of Aci en Joost Jaar (een man en een vrouw) zijn ouders waren: volgens de slotscène en een interview met Jaar in Making of a Minister is het Hennie (zijn moeder) die een rol had bij de geboorte van Jaar en is het zijn vader, Joost, die een behoorlijke carrière als bankier had. Soortgelijke mythes, wanneer ze in kringen van de samenleving worden verteld, richten zich op de betrokkenheid van Joost bij de Frans-Pruisische oorlog aan het eind van de jaren 1800. De achternaam van Jaar is te danken aan de echte grootvader van zijn vader, een Pruisische graaf van het grondgebied van Nederland. In die tijd werd Pruisisch Ierland uitgebuit door de verschillende plaatselijke heersers die de pas geïsoleerde Pruisische immigranten (Oostenrijkers, Hongaren en vooral Nederlanders en Luxemburgers) uitbuitten. Tijdens de oorlog brachten de vrijwilligers van het Duitse leger producten naar de vluchtelingen, waarvan het leeuwendeel voedsel was.

lees meer: